Nieuwe rekenmethodiek energielabel: dit verandert er

Vanaf 29 mei 2026 geldt een nieuwe versie van de rekenmethodiek achter het energielabel, de NTA 8800:2025. De aanleiding is de Europese richtlijn EPBD IV, die scherper inzet op emissievrije gebouwen. Voor energieprestatie-adviseurs betekent het dat zij vóór de ingangsdatum verplichte bijscholing moeten afronden.

Achter die nogal technische aankondiging schuilt een principiële verschuiving. Het label was tot nu toe vooral een maat voor isolatie en fossiel energiegebruik. Daardoor kon een woning een keurig label hebben en door een verouderde gasketel toch flink CO₂ uitstoten. Het nieuwe label haalt die blinde vlek eruit en wordt veel meer een klimaatpaspoort van een gebouw.

Een nieuwe topklasse en het einde van een uitzondering

Wat er het meest uitspringt is de introductie van labelklasse A0, bedoeld voor (bijna) emissievrije nieuwbouw. Zo’n gebouw heeft een zeer beperkte energiebehoefte, stoot op het eigen perceel geen fossiele brandstoffen uit en haalt een minimumaandeel uit hernieuwbare energie. A0 geeft daarmee de richting aan waar de bouw naartoe moet.

Daarnaast verdwijnt een bekende uitzondering: monumenten vallen niet langer buiten de labelplicht. Bij verkoop of verhuur van een monument is voortaan ook een geldig energielabel verplicht. Dat raakt in één klap een grote groep eigenaren die er tot nu toe niet mee te maken had.

Meer technieken die  meetellen

Een belangrijke rode draad is dat de methodiek beter in de pas gaat lopen met de manier waarop tegenwoordig duurzaam wordt gebouwd. Een aantal technieken die voorheen niet of nauwelijks meetelden, wordt nu wél gewaardeerd.

Energieopslag is daarvan het duidelijkste voorbeeld. Thuisbatterijen vanaf 5 kWh en warmteopslag tellen mee in de energieprestatie. Voor woningen gebeurt dat via een beleidsmatige correctiefactor, goed voor een ongeveer twee procent gunstiger label tot 2030. Dat is een herkenbare verbetering voor iedereen die naast zonnepanelen ook in een accu investeert.

Voor grotere utiliteitsgebouwen wordt de beoordeling van gebouwautomatisering verplicht. Deze zogenoemde BACS (Building Automation and Control Systems, in het Nederlands GACS) zijn de regelsystemen die verwarming, koeling, ventilatie en verlichting automatisch afstemmen op gebruik en bezetting. Een gebouw dat zichzelf efficiënt aanstuurt, ziet dat voortaan terug in zijn label.

Ook passieve maatregelen krijgen meer erkenning. Vaste, niet-beweegbare zonwering en lamellen worden nu gewaardeerd. Dat beloont oplossingen die oververhitting tegengaan zonder energie te kosten, wat steeds zwaarder weegt nu de oververhittingseis belangrijker wordt. Verder krijgen warmtenetten op zeer lage temperatuur een eigen plek in de methodiek.. Stuk voor stuk aanpassingen die de berekening realistischer maken.

Het label gaat veel meer vertellen

Waar het oude label vooral één letter en een getal liet zien, geeft het nieuwe label een aanzienlijk completer beeld. De drie vertrouwde indicatoren blijven bestaan: de energiebehoefte (EP1), het primair fossiel energiegebruik dat de labelklasse bepaalt (EP2), en het aandeel hernieuwbare energie in procenten (EP3).

Daar komt vanaf 29 mei 2026 een rij nieuwe indicatoren bovenop. Het finaal energiegebruik toont de werkelijke jaarlijkse energievraag van een gebouw, uitgesplitst naar elektriciteit, warmte en koude. De operationele broeikasgasemissies maken de daadwerkelijke jaarlijkse CO₂-uitstoot van de gebouwgebonden installaties zichtbaar. Aanvullend worden de CO₂ per energiedrager, de hernieuwbare energie per post en het totale primair energiegebruik vermeld. Daarmee verschuift het label van puur energie naar ook klimaatimpact.

Eigen opwek telt niet meer volledig mee

Een principiële verandering zit in de nieuwe ZEB-indicator (Zero Emission Building). Die kijkt nadrukkelijk ook naar hernieuwbare energie die buiten het perceel wordt geleverd, en lokaal opgewekte energie wordt niet langer volledig weggestreept tegen het verbruik. Die verschuiving past in het bredere debat over de afbouw van de salderingsregeling en dwingt tot een eerlijker beeld van wat een gebouw netto presteert.

Samengevat beweegt het energielabel twee kanten op tegelijk. Het wordt strenger en toekomstgerichter, met de nieuwe A0-klasse, de ZEB-systematiek, de labelplicht voor monumenten en het einde van het volledig wegstrepen van eigen opwek. Tegelijk wordt het informatiever, doordat werkelijk energiegebruik en CO₂-uitstoot voortaan zwart op wit op het label staan. Voor wie een gebouw koopt, verhuurt of verduurzaamt, wordt daarmee veel duidelijker waar de echte winst te halen valt.

Deel dit artikel:

Gerelateerde artikelen

Eigen verbruik optimaliseren met zonnepanelen & thuisbatterij

Lees meer

Bidirectioneel laden: de deelauto als buurtbatterij

Lees meer

Kennisdag Isoleren brengt versnelling & innovatie samen

Lees meer
Scroll naar boven