De Wet collectieve warmte (Wcw) is op 2 juli 2025 aangenomen door de Tweede Kamer. Deze wet vervangt de Warmtewet uit 2014 en zou de verduurzaming van de gebouwde omgeving moeten versnellen door collectieve warmtenetten beter te reguleren. Tegelijkertijd biedt de wet bescherming aan eindgebruikers en krijgen gemeenten een centrale rol in de uitrol van collectieve warmte. Of dat gaat lukken, is nog de vraag?
De Wcw speelt een cruciale rol in het behalen van de doelen van het Klimaatakkoord: in 2030 moeten 1,5 miljoen woningen van het aardgas af zijn. Tegen 2050 moet dat voor vrijwel alle woningen in Nederland gelden. Op dit moment worden ongeveer 500.000 woningen verwarmd met een warmtenet en het streven is dit aantal binnen vijf jaar te verdubbelen. Er is gigaveel werk aan de winkel. In dit artikel bespreken we enkele veranderingen en welke vragen nog ter beantwoording voorliggen.
Enkele veranderingen
1. Publieke regie en eigendom. Bedrijven die warmtenetten exploiteren, moeten minstens 51% in publieke handen zijn (gemeente, provincie of waterschap). Doel: Publieke waarden zoals betaalbaarheid, duurzaamheid en leveringszekerheid beter borgen. Binnen sommige gemeenten is deze kennis voorhanden, op diverse gemeentehuizen zal dit nog meer inhuur betekenen. Is die wel beschikbaar?
2. Gemeentelijke regie op warmtekavels. Gemeenten bepalen waar en wanneer een collectief warmtenet wordt uitgerold. Per warmtekavel (een aaneengesloten gebied waar potentie is voor een collectief warmtesysteem) wijzen zij een warmtebedrijf aan. Die aanwijzing geldt voor 20 tot 40 jaar. Gemeenten mogen besluiten om tarieven tussen kavels te socialiseren, mits daarover onderlinge afstemming is. Doel: Gemeenten krijgen meer regie en lange termijn zekerheden in de warmtetransitie.
3. Tarieven onder toezicht van de ACM. De ACM krijgt meer bevoegdheden in het toezicht op tarieven. Die tarieven dienen gebaseerd te zijn op werkelijke kosten. De invoering van het nieuwe stelsel gebeurt in fases. Doel: Meer transparantie en bescherming voor gebruikers tegen onredelijke tarieven. Of dat het effect gaat zijn, is twijfelachtig te noemen?
4. Vrijstellingen voor kleine initiatieven. Kleine collectieve systemen buiten de officiële warmtekavels, zoals installaties van VvE’s of verhuurders, krijgen via een vrijstellingsregeling meer ruimte om warmte te leveren. Een lichte toets door ACM blijft van kracht. Doel: Ruimte voor innovatie en lokale initiatieven, zonder overmatige regeldruk. Hier gaan de grenzen van de regels opgezocht worden met innovaties.
5. Restwarmte verplicht benutten. Er komt een ‘ophaalrecht’: warmtebedrijven zijn verplicht beschikbare restwarmte te benutten waar dat technisch mogelijk is. Na vijf jaar volgt een evaluatie. Doel: Efficiënter gebruik van bestaande duurzame warmtebronnen. In de praktijk zal dit een uitdaging worden.
6. Meer duidelijkheid over afsluitkosten. Er is grote variatie tussen tijdelijke (€580) en definitieve (€5.250) kosten afsluiting van warmteaansluitingen. De wet maakt het mogelijk deze tarieven te herzien, bijvoorbeeld met onderscheid tussen grondgebonden woningen en appartementen. Doel: Eerlijke en proportionele tarieven voor afsluiting, passend bij de werkelijke situatie.
Wat betekent dit voor gemeenten, bewoners en marktpartijen?
De nieuwe wet markeert een verschuiving naar meer publiek leiderschap in de warmtetransitie. Gemeenten krijgen het stuur in handen, maar dat brengt ook verantwoordelijkheden met zich mee: het aanwijzen van kavels, het organiseren van participatie en het afwegen van technische, financiële en sociale aspecten. Of deze kennis, expertise en de communicatiekracht op grote schaal beschikbaar is of komt is een groot vraagteken. Positief is de hogere mate van duidelijkheid en perspectief. In hoeverre er versnelling tot stand komt volgen we met interesse.
Voor bewoners biedt de wet meer bescherming. Tarieven worden transparanter, maar niet per se lager. Tegelijkertijd worden bewoners meer afhankelijk van gemeentelijke keuzes en de uitvoeringskracht van warmtebedrijven.
Voor marktpartijen verandert het speelveld. Private bedrijven blijven nodig voor de aanleg, exploitatie en innovatie, maar doen dit vaker in samenwerking met of in opdracht van publieke partijen. Hoe Sobolt kan helpen met slimme tools, data, begeleiding of betrokkenheid blijft trial and error.